Vraag

en antwoord

Ik heb een vraag over…

Kijk voor de meest gestelde vragen over de Regionale Energiestrategie bij vraag & antwoord. Staat uw vraag er niet bij, dan heeft u de volgende mogelijkheden:

Wilt u meer weten over de Regionale Energiestrategie in Nederland, bekijk hier de landelijke website.

Meer vragen, antwoorden en informatie vindt u op de website van het Klimaatakkoord.

Bekijk de Klimaatmonitor voor cijfers over lokale CO2-uitstoot, energieverbuik en hernieuwbare energie.

Heeft u een vraag of wilt u meer informatie over de energie- en warmtetransitie in uw gemeente, neem dan contact op met de gemeente waar u woont.

Heeft u een vraag over de Regionale Energiestrategie Noord-Holland Zuid?

Stel ons een vraag

Snel naar:

RES in samenleving Over het bod Opgaven van de RES
Samenwerken Effecten Energietransitie

RES 1.0 in de samenleving

Hoe is de 2,7 TWh in de RES 1.0 tot stand gekomen?

Dit is de uitkomst van een bottom-up proces van ruim 2 jaar met veel ruimte voor participatie en reflectie. In Noord-Holland Zuid zijn ruim 100 bijeenkomsten georganiseerd, voor volksvertegenwoordigers, belanghebbenden, deskundigen, bewoners, bedrijven, energiecoöperaties, maatschappelijke organisaties en bewoners. Het bod van 2,7 TWh is een optelsom van mogelijke nieuwe opwek (totaal 2,0 TWh) en de bestaande opwek en de energieprojecten die al gepland zijn (0,7 TWh).

De RES is een continu proces. Ook na vaststelling van de RES 1.0 gaat het gesprek op verschillende plekken verder. Onder meer over nadere concretisering van de zoekgebieden, het ruimtelijke beleid van gemeenten, vergunningen voor energieprojecten, en een eerlijke verdeling van de lusten en de lasten. 

Wat is het verschil tussen de concept-RES en de RES 1.0?

In Noord-Holland Zuid zijn ten opzichte van de concept-RES zoekgebieden afgevallen, nader verfijnd en toegevoegd. De redenen voor het afvallen of verfijnen van zoekgebieden zijn divers. Het gaat onder meer om het (voorlopig) ontbreken van lokaal maatschappelijk of bestuurlijk draagvlak, de ligging in provinciaal beschermingsgebied of de ongunstig inpasbaarheid van een locatie op het elektriciteitsnet, of een optelsom van deze factoren. Dit alles is het resultaat van een proces waarin deelnemers aan gemeentelijke bijeenkomsten en volksvertegenwoordigers hun mening, respectievelijk hun wensen en bedenkingen bij de concept-RES hebben gegeven. 

Heeft iedereen kunnen meepraten over de ontwikkeling van de RES 1.0?

In Noord-Holland Zuid zijn ten opzichte van de concept-RES zoekgebieden afgevallen, nader verfijnd en toegevoegd. De redenen voor het afvallen of verfijnen van zoekgebieden zijn divers. Het gaat onder meer om het (voorlopig) ontbreken van lokaal maatschappelijk of bestuurlijk draagvlak, de ligging in provinciaal beschermingsgebied of de ongunstig inpasbaarheid van een locatie op het elektriciteitsnet, of een optelsom van deze factoren. Dit alles is het resultaat van een proces waarin deelnemers aan gemeentelijke bijeenkomsten en volksvertegenwoordigers hun mening, respectievelijk hun wensen en bedenkingen bij de concept-RES hebben gegeven. 

Kunnen bewoners en belanghebbenden in de toekomst nog meepraten? 

In de RES 1.0 worden de zoekgebieden aangemerkt. Een zoekgebied geeft aan waar de mogelijkheden voor de opwek van zonne- en/of windenergie verder worden onderzocht. Voordat in de zoekgebieden windturbines en/of zonneparken geplaatst kunnen worden, zijn er nog veel stappen te doorlopen. De zoekgebieden moeten verder worden uitgewerkt, waarbij participatie belangrijk is. Daarnaast moeten zoekgebieden een plek krijgen in het omgevingsbeleid van de gemeente en de vergunningsaanvraag moet worden doorlopen. Dit betekent dat er nog meerdere momenten van formele inspraak zijn en mogelijkheden voor bezwaar of beroep. De regio heeft afgesproken dat bij iedere stap participatie een belangrijke rol krijgt, wordt gestreefd naar minimaal 50% lokaal eigendom en dat er steeds aandacht is voor landschappelijke inpassing en de effecten op de natuur en leefomgeving.

De RES is een continu proces. Elke twee jaar bekijkt de energieregio de RES opnieuw. Verloopt de uitvoering volgens planning, moet er worden bijgestuurd of moeten er nieuwe projecten worden opgenomen? Ook kunnen zo nieuwe (technologische) ontwikkelingen tijdig worden meegenomen. Vervolgens wordt een nieuwe RES gemaakt (RES 2.0 en verder). Ook in dit proces is steeds opnieuw ruimte voor bewoners en belanghebbenden om hun stem te laten horen. 

Hoe ver moeten windturbines van huizen gezet worden?

Er is landelijke regelgeving om windturbines in de omgeving van woningen te kunnen bouwen. Er gelden regels om eventuele geluidsoverlast en last van bewegende schaduw van de wieken te voorkomen. Zo geldt voor geluid dat de wettelijk voorgeschreven geluidproductie van jaarlijks gemiddelde niet meer dan 47 decibel – gemeten op de gevel van een woonhuis of andere gevoelige bestemmingen  – niet mag worden overschreden.

’s Nachts mag dit niet meer dan 41 decibel zijn. Het is het aan de gemeente om te onderbouwen welke afstand zij wil hanteren. Lees meer hier over op de site van de Rijksoverheid. Op de website van het RIVM vindt u vragen en antwoorden over gezondheidseffecten van windturbines.

In de ontwerp-Omgevingsverordening NH2022 van de provincie Noord-Holland zijn de RES’en 1.0 Noord-Holland Noord en Noord-Holland Zuid leidend voor wind op land. Het windturbineverbod voor Noord-Holland en de bovenwettelijke regels voor windenergie komen daarmee te vervallen voor de zoekgebieden in de RES 1.0 Noord-Holland Noord en Noord-Holland Zuid. Onder deze bovenwettelijke regels vallen onder andere de 600 meter afstandsnorm tot gevoelige bestemmingen en de lijnopstelling van minimaal drie windturbines. Hiervoor in de plaats komt een instructieregel voor de gehele provincie. Deze houdt in dat gemeenten in hun omgevingsplannen windturbines mogelijk kunnen maken binnen de zoekgebieden die in de RES’en 1.0 zijn vastgelegd. Daarbij geldt dat de windturbines zorgvuldig ruimtelijk moeten worden ingepast en dat aan de Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling om advies wordt gevraagd over de locatieafweging en de ruimtelijke inpassing van de windturbines. Zo krijgen gemeenten de mogelijkheden om te bepalen waar in de gemeente ruimte is voor windenergie en onder welke voorwaarden. Op de website van het RIVM vindt u vragen en antwoorden over gezondheidseffecten van windturbines.

Wie neemt het besluit over de RES 1.0?

De RES leidt tot locaties voor energieprojecten, die uiteindelijk uitgevoerd worden. Maar ook tot keuzes voor de verdeling van duurzame warmte in de regio. Dit raakt de bevoegdheden van de deelnemende gemeenten, de provincie en de waterschappen. Daarom besluiten zij over de RES en worden de keuzes die hierin worden gemaakt vastgelegd in (ruimtelijk) beleid. Daarnaast zijn er vele partijen nodig voor de uitvoering van de RES. Ook zij moeten zich kunnen vinden in de keuzes in de RES. De beslissingsbevoegdheid voor individuele projecten voor zonnevelden en windturbines is een verantwoordelijkheid die wordt geregeld via bestemmingsplannen en de omgevingsvergunning van de gemeenten en soms de provincie.

Waar besluit de gemeenteraad over bij behandeling van de RES?

Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om in te stemmen met de RES Noord-Holland Zuid als resultaat uit het regionale proces. De gemeenteraad heeft alleen directe invloed op die delen waarvoor de betreffende gemeente bevoegd gezag is. Als een gemeenteraad een amendement of motie schrijft die betrekking heeft op haar eigen gemeente, dan is het aan het eigen gemeentebestuur om te bepalen hoe ze er mee om gaan. 

Daarnaast kan de gemeenteraad moties of amendementen indienen die invloed hebben op het hele document. Deze worden in de regio besproken en samen wordt bepaald hoe daarmee wordt omgegaan. Deze input wordt niet in de RES 1.0 verwerkt maar eventueel te zijner tijd opgenomen in de RES 2.0.

De RES 1.0 wordt samen met eventuele moties en amendementen, aangeboden aan het Nationaal Programma RES en het Planbureau voor de Leefomgeving voor doorrekening. De moties en amendementen worden opgenomen in bijlage 5 van de RES.

Wat gebeurt er als de gemeenteraad niet instemt met de RES 1.0?

Als de gemeenteraad besluit om niet in te stemmen met de RES dan zullen de uitkomsten niet of niet volledig worden verwerkt in het beleid van deze gemeente. De gemeenteraad heeft alleen directe invloed op die delen waarvoor de betreffende gemeente bevoegd gezag is. Het niet instemmen met de RES heeft dus geen gevolgen voor de andere overheden binnen het regionale proces. Bij het aanbieden van de RES aan het Nationaal Programma RES en het Planbureau voor de Leefomgeving wordt kenbaar gemaakt dat de betreffende gemeente niet heeft ingestemd. In de doorrekening door het Planbureau voor de Leefomgeving wordt hier dan rekening mee gehouden. In de periode naar RES 2.0 zal de regio gezamenlijk de consequenties van het niet instemmen van een gemeente in beeld brengen en wordt gekeken hoe de ambitie gerealiseerd kan worden binnen de beschikbare mogelijkheden.

 

Over het bod

Wat is het bod?

De ambitie van Noord-Holland Zuid is 2,7 TWh aan duurzame energie in 2030. Dit is een optelsom van nieuwe opwek (totaal 2,0 TWh) en de bestaande opwek en de energieprojecten die al gepland zijn (0,7 TWh).

Dit is het aanbod van Noord-Holland Zuid, maar wat doet de rest van de provincie? 

Energieregio Noord-Holland Noord heeft een soortgelijk proces doorlopen als Noord-Holland Zuid. Ook daar zijn de resultaten bekend. Zij verwachten de aankomende tien jaar 1,5 TWh extra duurzame elektriciteit te kunnen opwekken met zonne- en windenergie bovenop de 2,1 TWh die nu al is gerealiseerd. De hele provincie Noord-Holland komt daarmee uit op totaal 6,3 TWh voor 2030.

Hoe verhoudt dit bod zich tot het energiegebruik in de provincie?

Het totale bod van Noord-Holland komt op 6,3 TWh. Dit is ongeveer een derde tot de helft van het verwachte elektriciteitsverbruik van onze provincie in 2030 (exclusief de industrie), afhankelijk van de vraag of de datacenters worden meegerekend of niet. Het Noord-Hollandse aandeel in het landelijke elektriciteitsverbruik (beperkt tot de gebouwde omgeving) is ongeveer 20%. Het totale bod van Noord-Holland van 6,3 TWh is ongeveer 18% van de landelijk benodigde 35 TWh.

Wat is de status van het bod? Is dit de hoeveelheid duurzame energie die in 2030 moet worden gerealiseerd? 

De RES 1.0 heeft geen juridische status. Het is een beschrijving van de ambitie en de mogelijkheden. De betrokken overheden, gemeenten, provincie en waterschappen, hebben zich aan de ambitie gecommitteerd en gaan hiermee aan de slag. Pas wanneer de zoekgebieden worden vastgelegd in ruimtelijk beleid en vergunningen, krijgen ze een juridische status. Iedere twee jaar wordt de RES geactualiseerd. Met ontwikkeling van de RES 2.0 zal de hoeveelheid duurzame energie die in 2030 wordt opgewekt worden bijgesteld op basis van actuele ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld de toenemende opbrengst van zonnepanelen, innovaties en de klimaatontwikkelingen die invloed hebben op wind- en zonne-uren. Het Planbureau voor de leefomgeving zal hierbij steeds toetsen of de landelijke doelstellingen van 35 TWh en reductie van de CO2-uitstoot in 2030 wordt gehaald. 

Hoeveel windturbines en zonnepanelen komen er bij in Noord-Holland Zuid?

De hoeveelheid windturbines en zonnepanelen liggen niet vast met het vaststellen van de RES 1.0. Juist omdat het bij het zoeken naar locaties gaat om maatwerk en zoeken naar de beste opties binnen alle (on)mogelijkheden kan in de verdere uitwerking nog worden gekeken met welke aantallen en soorten windturbines en oppervlakte zonnepanelen de ambitie vorm krijgt. In de zoekgebieden is te zien op welke plek welke energievorm mogelijk gemaakt zou kunnen worden. In sommige zoekgebieden is er wel al een concreter aantal turbines of oppervlakte aan zonnepanelen beoogd omdat hiervoor al initiatieven zijn gestart, dit is te zien op de legenda van de deelregiokaarten.

Hoe zijn de zoekgebieden bepaald?

Bij het bepalen van de zoeklocaties is onder meer gekeken naar geldende beperkingen en beleidskaders met betrekking tot landschap, natuur- en milieu, maar ook naar bijvoorbeeld de mogelijkheden van de bestaande energie-infrastructuur. In een uitgebreid participatieproces hebben ook belangenorganisaties, bewoners, bedrijven, energiecoöperaties en andere belanghebbenden kunnen aangeven waar volgens hen windturbines of zonnepanelen ingepast kunnen worden en waar niet. Door dit proces zijn in deze fase ook afwegingen op gebied van leefbaarheid (woongenot), behoud van bestaande landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten aan de orde gekomen. 

Zijn windturbines nodig? We kunnen toch volstaan met zonne-energie.

Zonnepanelen op daken kunnen voor zo’n 20% voorzien in de verwachte vraag naar elektriciteit in 2050. Zonneweides nemen veel ruimte in, windturbines minder. Voor 1 TWh zijn ongeveer 45 tot 70 windturbines van 5 MW (afhankelijk van de locatie) nodig of 850 tot 1.100 ha (oost-west oriëntatie) aan zonnepark. Zonnepanelen leveren vooral elektriciteit in de zomer en windmolens in de winter. Een combinatie is daarom het meest geschikt. Zo vullen ze elkaar goed aan, wordt het elektriciteitsnetwerk beter benut, is er een constantere levering van elektriciteit en kunnen hoge kosten voor uitbreiding van het netwerk worden voorkomen.

Hoeveel windturbines zijn er van wat voor hoogte en omvang nodig om 35TWh te kunnen realiseren?

Allereerst: het is niet logisch om alleen uit te gaan van wind om de landelijke doelstelling te halen. Een combinatie van zonne- en windenenergie geeft een gelijkmatiger elektriciteitsopbrengst gedurende het hele jaar. 

(Theoretisch) antwoord op de vraag:Landelijk wordt er van uit gegaan dat 1 TWh wind kan worden opgewekt met:
– 85-115 windturbines (van 3,5 MW), óf
– 45-70 windturbines (van 5,6 MW).

De stroomproductie van een windturbine is afhankelijk van de locatie in Nederland. Zo wekt dezelfde windturbine in Noord-Holland meer op dan in Limburg (vanwege de windkracht). En zijn er per saldo dus minder windturbines nodig voor dezelfde stroomproductie. Voor 35TWh zijn dus ongeveer 3.500 windturbines nodig (3,6 MW), óf ca. 2.000 windturbines (5,6 MW).

Hoeveel hectare aan zonneweides moet er komen om 35 TWh te kunnen realiseren?

Allereerst: het is niet logisch om alleen uit te gaan van zon om de landelijke doelstelling te halen. Een combinatie van zonne- en windenenergie geeft een gelijkmatiger elektriciteitsopbrengst gedurende het hele jaar. 

(Theoretisch) antwoord op de vraag:
In de RES wordt uitgegaan (landelijke uitgangspunten) dat 1 TWh aan zonnepanelen (park, of grootschalig dak) gelijk staat aan:

– 850-1.100 ha (oost-west oriëntatie), óf
– 1.400-1.500 ha (zuidoriëntatie).

De stroomproductie van een zonnepaneel is afhankelijk van de locatie in Nederland. Zo wekt hetzelfde paneel in Noord-Holland meer op dan in Limburg (vanwege een groter aantal zonuren). En zijn er per saldo dus minder panelen nodig voor dezelfde stroomproductie.

Voor 35 TWh is dus ongeveer 34.125 ha (oost-west oriëntatie) nodig, óf 50.750 ha (zuidoriëntatie). Dit kan zowel op land, als op grootschalige daken (installaties groter dan 15 kW, ongeveer 45 panelen, tellen mee in de RES).

Waarom zetten we niet eerst alle daken vol met zonnepanelen?

In de RES van Noord-Holland Zuid wordt volop ingezet op het benutten van grote daken. Helaas is niet ieder dak geschikt voor de opwek van zonne-energie. Soms is de constructie niet zwaar genoeg of is de ligging ten opzichte van de zon ongunstig. Er zal veel zon op grote daken worden gelegd de aankomende jaren, maar de berekening leert dat dit niet voldoende zal zijn om de landelijke doelstelling te halen. Daarom zullen ook zonneweides worden gerealiseerd. De verhouding in de RES is 50% op dak en 50% op land.

Kleinschalige (tot 45 panelen) zonne-installaties op daken van woningen tellen niet mee in de RES. Landelijk tellen de daken op tot (naar inschatting) 7 TWh in 2030. Een belangrijke bijdrage aan de landelijke doelstelling!

Waarom zijn er nauwelijks zoekgebieden op agrarische grond? 

De zoekgebieden in de RES 1.0 zijn het resultaat van een omvangrijk participatieproces, waarin bewoners, bedrijven, agrariërs, energiecoöperaties, natuurorganisaties en andere betrokkenen hun mening hebben gegeven. Ook de betrokken bestuurders van de gemeenten, de provincie en de waterschappen hebben aangegeven wat hun voorkeuren zijn. 

Waarom ligt de focus van alle RES’en in Nederland vooral op zonne- en windenergie?

De focus ligt op bewezen technieken voor de opwek van hernieuwbare energie. Dus vooral op zonne- en windenergie. Als gewacht moet worden op nieuwe technieken, dan wordt de opgave om de doelen uit het Klimaatakkoord steeds moeilijker te halen. In kortere tijd moeten we dan meer doen. Kosten zullen hierdoor toenemen. Zowel in het versneld toepassen van duurzame technieken als in de kosten voor het beheersen van de gevolgen van klimaatverandering. 

De RES wordt om de twee jaar geactualiseerd. Zo kunnen nieuwe ontwikkelingen worden meegenomen. Windturbines en zonnepanelen staat er overigens niet voor eeuwig. In de toekomst zullen ze wellicht plaats maken voor slimmere oplossingen. Tot die tijd hebben we ze nodig.

Kan het elektriciteitsnetwerk vraag en aanbod van energie straks aan?

Het netwerk werd zo’n 100 jaar geleden aangelegd en is gebaseerd op centrale energiecentrales. Nu wordt decentraal steeds meer energie opgewekt. Daar is het netwerk nog niet op berekend. Daarom werkt de netwerkbeheerder aan aanpassing en uitbreiding van het energienet, daar waar de druk op het net toeneemt. Bijvoorbeeld door extra elektriciteit verdeelstations te bouwen. Een proces dat vaak jaren duurt. Niet alleen door de bouw zelf, maar ook omdat bezwaar- en beroepsprocedures voor vertraging zorgen. Een flinke uitdaging dus om vraag en aanbod goed op elkaar af te stemmen, zowel in locatie (vraag en aanbod zo dicht mogelijk bij elkaar) als in tijd (wanneer is het elektriciteitsnet aangepast voor extra opwek). 

Systeemefficiëntie is één van de beoordelingscriteria voor energieprojecten. Dus in de RES wordt rekening gehouden met het antwoord op de vraag of het elektriciteitsnetwerk de gekozen oplossingen aankan. De netwerkbeheerders zitten hiervoor aan tafel. Zij zijn partner van het samenwerkingsverband Energieregio Noord-Holland Zuid. Zij rekenen alles door en denken mee. Ook over de mix van hernieuwbare energiebronnen en toekomstige innovaties. 

Moeten er windturbines komen?

Ja, omdat de behoefte naar duurzame/groene elektriciteit sterk toeneemt. Bijvoorbeeld omdat we fossiel gestookte elektriciteitscentrales uitschakelen, maar ook omdat er steeds meer elektrische auto’s komen en we (een deel van) de woningen elektrisch moeten gaan verwarmen. Ondanks dat we ook energie gaan besparen, zal de behoefte aan elektriciteit toenemen. Om deze elektriciteit duurzaam op te wekken is een mix van verschillende bronnen nodig zoals zon en wind. Zodat we ook op momenten dat de zon niet schijnt kunnen voldoen aan de vraag. En dat de pieken in het elektriciteitsnet verdeeld worden over de dag. Windenergie is één van die bronnen. 

Waarom plaatsen we niet alleen windturbines op zee?

Wind op zee speelt al een belangrijke rol om de doelstellingen van het Klimaatakkoord te halen. Van de 84 TWh hernieuwbare elektriciteitsproductie in 2030 wordt 49 TWh gerealiseerd door een uitbreiding van productie van windenergie op zee. Dat is 60% van de landelijke opgave. De overige 40% – de opgave van de RES – moet op land opgewekt worden. Het gaat dan om 35 TWh. Daarnaast is de verwachting dat kleinschalige installaties op daken (minder dan 15 kW) in 2030 optellen tot 7 TWh.

Kunnen we niet beter wachten op nieuwe technologie?

Als we gaan wachten, wordt de opgave steeds groter. In kortere tijd moeten we dan meer doen. Kosten zullen hierdoor toenemen. Zowel in het versneld toepassen van duurzame technieken als in de kosten voor het beheersen van de gevolgen van klimaatverandering. Nieuwe technologie komt er alleen wanneer er vraag is. We moeten deze vraag dus gaan creëren, door nu te investeren in de duurzame technieken. De markt zorgt voor efficiëntere producten of andere technologieën juist doordat producten nu worden aangeschaft en toegepast. Zo zie je dat een zonnepaneel steeds meer elektriciteit opwekt. Deze ontwikkeling kon juist plaatsvinden omdat veel zonnepanelen aangeschaft worden, waarbij marktpartijen toch graag betere producten wil maken dan de concurrent. Wanneer we gaan wachten en huidige technieken niet toepassen gaat de ontwikkeling van nieuwe techniek dus juist langzamer.

Gelukkig kijken we wel om de twee jaar opnieuw naar de RES. Zo kunnen nieuwe ontwikkelingen worden meegenomen. Windturbines en zonnepanelen staat er overigens niet voor eeuwig. In de toekomst zullen ze wellicht plaats maken voor slimmere oplossingen. Tot die tijd hebben we ze nodig.

Waarom moeten we van het gas af?

Aardgas zorgt ook voor CO2 uitstoot. We hebben in Parijs afgesproken in 2050 zo’n 80 tot 95% CO2-reductie te realiseren. Om dat te bereiken is het gebruik van aardgas voor het verwarmen van woningen en tap- en douchewater geen optie meer. 2050 klinkt ver weg. Maar we moeten nu al stappen zetten om van het aardgas af te gaan, willen we dat doel halen. Daarnaast wil het rijk de gaswinning terugdraaien zodat de Groningers veilig kunnen wonen. Op de korte termijn kunnen we dat oplossen met extra import en winning uit andere gasvelden. Maar op de langere termijn is dit geen oplossing. Daarom is het goed dat we nu snel beginnen met minder aardgas te gebruiken. 

Waarom zetten we niet in op kernenergie?

Kernenergie is mogelijk een oplossing voor de lange termijn (vanaf 2030) en niet voor de korte termijn (tot 2030). De plaatsen voor de bouw van nieuwe kerncentrales liggen al lange tijd vast: Eemshaven, Maasvlakte en Borssele. Op dit moment zijn er echter geen bedrijven die hierin willen investeren en het traject van onderzoek, vergunningen en de bouw van een centrale duurt minimaal 10 jaar.
Bij kernenergie komt bovendien de landelijke overheid in beeld.  Die zal moeten besluiten om kernenergie wel of niet mogelijk te maken, bijvoorbeeld met ruimtelijk beleid, wetgeving, financiering van onderzoek of subsidies.

De RES gaat daarom in op oplossingen die wél binnen onze invloedsfeer en binnen de mogelijkheden van de regio liggen én die gerealiseerd kunnen worden voor 2030.

Wordt H2 (waterstof) ook meegenomen als duurzaam alternatief voor gas? 

Groene waterstofgas en biogas zijn een goed alternatief, maar de productie is nog duur en het aanbod nog beperkt. Verder ligt het op dit moment meer voor de hand om deze duurzame gassen in te zetten voor industriële processen die een hoge temperatuur vragen en voor zwaar vrachtverkeer. Voor het verwarmen van de gebouwde omgeving wordt naar andere oplossingen gezocht. Afhankelijk van de productiewijze van waterstof, kan het veel elektriciteit vragen. Wil je dit groen doen dan zijn er nog meer windturbines en zonnepanelen in het landschap nodig. 

Wordt biomassa ook meegenomen als duurzaam alternatief?

Ja, biomassa telt onder bepaalde voorwaarde mee ook als duurzame warmtebron (bijv. teelt en verwerking in de regio), net als restwarmte, geothermie en aquathermie. Maar duurzame elektriciteit uit biomassa wordt niet meegerekend in de 35 TWh.

Naast de opwek van wind- en zonne-energie, wordt in Noord-Holland ook hernieuwbare elektriciteit opgewekt uit biogas (covergisting, stortgas, GFT, VGI en RWZI) en de verbranding van afval en biomassa. Bij elkaar is dit 0,974 TWh (bron: Klimaatmonitor, cijfers 2017). Deze opwek wordt niet meegenomen in de opgave voor 35 TWh grootschalige opwek (zon/wind) op land, maar wordt wel benoemd in de RES.

Wat is restwarmte?

Restwarmte is warmte die overblijft als onderdeel van een (industrieel) proces. Denk aan de restwarmte van hoogovens, vuilverbranding of de restwarmte van een datacenter. Deze restwarmte kan weer benut worden als verwarmingsbron.

Opgaven van de RES

Maakt elke RES-regio dezelfde energieanalyse zodat het kan worden opgeteld? 

Voor de vergelijkbaarheid en optelbaarheid van alle RES-en wordt in heel Nederland gewerkt met dezelfde uitgangspunten en rekenregels. Hiervoor is een landelijk model gemaakt, op basis waarvan iedere regio haar RES kan opstellen. Zodat het optelbaar is, en dat de voorgang van de uitvoering ook gemonitord kan worden; hoe staan we er voor als regio en als land?

Waarop is de elektriciteitsopgave van de RES gebaseerd?

Om 49% CO2 reductie in 2030 te behalen t.o.v. 1997 is onder andere grootschalige opwek van energie nodig. In 2030 zal 70% van de elektriciteitsvraag duurzaam worden opgewekt. De opgave is om 35 TWh aan duurzame elektriciteit op land op te wekken. Hiervoor maken we gebruik van bewezen technieken. Bij de berekening van de benodigde duurzame elektriciteitsproductie op land, is de productie van wind op zee al meegerekend. Net als het zuiniger omgaan met ons energieverbruik en een toename van zonnepanelen op woningen. Wat er dan over blijft aan benodigde duurzame elektriciteit is 35 TWh (grootschalige zonnedaken, zonneparken, windturbines).

Wat telt er mee in de opwek van elektriciteit?

De projecten voor windenergie die nu al in uitvoering zijn worden meegeteld. Er zijn tientallen energiecoöperaties die een deel van de opwek hebben gerealiseerd en zorg dragen voor participatie – in eigendom en zeggenschap – van de omgeving.

Naast de opwek van wind- en zonne-energie, wordt ook hernieuwbare elektriciteit opgewekt uit biogas (covergisting, stortgas, GFT, VGI en RWZI) en door de verbranding van afval en biomassa. Deze opwek wordt niet meegenomen in de opgave voor 35 TWh grootschalige opwek (zon/wind) op land, maar wordt wel benoemd in de RES en telt mee om uiteindelijk als regio energieneutraal te worden.

Bij de berekening van de 35 TWh is al uitgegaan van een toename van kleinschalige zonne-installaties op daken van woningen (7 TWh). Dit telt dus niet mee in de 35 TWh, anders wordt dit dubbel meegerekend. De RES gaat dus over grootschalige opwek van duurzame elektriciteit, door grootschalige zonnedaken (vanaf ca 45 panelen per installatie), zonneparken en windturbines.

Wat is de warmteopgave?

Voor de warmteopgave maken we een Regionale Structuur Warmte (RSW). Dit is een geografisch en gevalideerd overzicht van alle bestaande en toekomstige duurzame warmtebronnen (restwarmte, biomassa, geothermie en aquathermie), de potentiële warmtevraag en een overzicht van de benodigde warmte-infrastructuur. Deze RSW maken we met de (lokale, regionale) overheid, netbeheerder(s) en relevante (huidige en toekomstige) stakeholders. We beschrijven hoe de beschikbare warmtebronnen en de potentiële warmtevraag in de regio op een logische, efficiënte en betaalbare wijze kan worden gekoppeld en welke consequenties dit heeft voor warmte-infrastructuur. De verdere uitwerking hiervan vindt plaats in de transitievisie warmte van iedere gemeente (2021 verplicht).

Wat is restwarmte?

Restwarmte is warmte die overblijft als onderdeel van een (industrieel) proces. Denk aan de restwarmte van hoogovens, vuilverbranding of de restwarmte van een datacenter. Deze restwarmte kan weer benut worden als verwarmingsbron.

Waarom wordt energiebesparing niet meegenomen in de RES?

Aan energiebesparing wordt al gewerkt, buiten de RES. Energiebesparing is  een onderwerp van een andere klimaattafel, en valt daarom buiten de opgave van de RES. Ondanks energiebesparing zal de vraag naar hernieuwbare energiebronnen de komende jaren toenemen. De reden hiervoor is dat de energietransitie “elektrificeren” betekent. Denk daarbij aan verduurzaming van de mobiliteit (elektrische auto’s), gebruik van warmtepompen en de algemene digitalisering van de maatschappij. Met andere woorden, het succes van de energiebesparing vermindert niet de noodzaak aan windturbines en/of zonneweides.

Samenwerken in de regio

Wat is een RES-regio of energieregio?

Voor het maken van een RES is Nederland opgedeeld in 30 energieregio’s of RES-regio’s.

Elk van deze regio krijgt de opdracht om een RES op te stellen. De regio’s zijn gevormd op basis van bestaande samenwerkingsverbanden. De energieregio Noord-Holland Zuid bestaat uit 29 gemeenten, de provincie Noord-Holland en waterschap Hoogheemraadschap Holland Noorderkwartier, waterschap Rijnland en waterschap Amstel, Gooi en Vecht (Waternet)

De energieregio’s Noord-Holland Noord en Zuid worden uitgebreid beschreven op www.energieregionhn.nl en www.energieregionhz.nl.

Waarom doen we dit samen in de regio?

Energieprojecten houden niet op bij een gemeentegrens. Een warmtenet gaat over een gemeentegrens heen, een windturbine kan vlakbij een gemeentegrens staan. Daarnaast kan niet elke gemeente volledig in haar eigen duurzame energievoorziening voorzien en is het niet slim om ieder voor zich het wiel uit te vinden. Dat moeten we regionaal aanpakken. Zo ontstaat een groter gebied met meer ruimte voor koppelkansen, slimme toepassingen en oplossingen. 

Is het voldoende als je als regio zelf kan voorzien in je eigen energiebehoefte?

De regio’s verschillen sterk. Dichtbevolkte regio’s die veel energie vragen en de industrie zullen naar verwachting niet in staat zijn om in hun eigen behoefte te voorzien. Andere regio’s die hiertoe wel in staat zijn zullen dit mogelijk moeten opvangen. De opgave is om samen de doelstelling te halen.

Blijft de RES-structuur ook na het afronden van de RES 1.0 nog in stand?

Ja, de samenwerking in de regio heeft zijn nut bewezen en blijft ook na de vaststelling in stand. Het doel van de samenwerking is om de uitvoering van de RES te versnellen en samen met alle relevante partijen efficiënt en doelmatig uit te voeren. De gemeenten blijven verantwoordelijk voor de borging van de RES in hun omgevingsinstrumenten en voor het verlenen van vergunningen.

Effecten van de RES 1.0

Wordt er rekening gehouden met draagvlak voor nieuwe windturbines? 

Voor de ontwikkeling van de RES 1.0 is met volksvertegenwoordigers, deskundigen, maatschappelijke organisaties, bewoners en bedrijven gesproken. Het resultaat is 32 zoekgebieden waar zon- en/of windenergie ingepast zouden kunnen worden. Hierbij is een zorgvuldig afwegingsproces aan vooraf gegaan waarin gekeken is naar maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak, de mogelijkheden van de energie-infrastructuur, de ruimtelijke effecten, waartoe ook gerekend worden de effecten op natuur en landschappelijke kwaliteiten. 

Hoeveel lawaai maakt een windturbine?

De hoeveelheid geluid die een windturbine produceert is afhankelijk van de windsnelheid, de ouderdom en de hoogte van de turbine. Nieuwe windturbines produceren minder geluid. Hogere molens draaien langzamer en maken daardoor minder geluid. In de wet staat dat het geluid van een windturbine gemiddeld per jaar niet meer dan 47 decibel mag zijn, gemeten op de gevel van een woonhuis. ’s Nachts mag dit niet meer dan gemiddeld 41 decibel zijn. Ter vergelijking: een gespreksniveau is 60 decibel, een drukke verkeersweg op 100 meter afstand 80 decibel en een opstijgend vliegtuig op 200 meter hoogte 100 decibel. Zie ook het informatieblad van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland. 

Wat zijn de effecten van het geluid van windturbines op de gezondheid van omwonenden?

De hoeveelheid geluid die een windturbine produceert is afhankelijk van de windsnelheid, de ouderdom en de hoogte van de turbine. Nieuwe windturbines produceren minder geluid. Hogere molens draaien langzamer en maken daardoor minder geluid. In de wet staat dat het geluid van een windturbine gemiddeld per jaar niet meer dan 47 decibel mag zijn, gemeten op de gevel van een woonhuis. ’s Nachts mag dit niet meer dan gemiddeld 41 decibel zijn. Ter vergelijking: een gespreksniveau is 60 decibel, een drukke verkeersweg op 100 meter afstand 80 decibel en een opstijgend vliegtuig op 200 meter hoogte 100 decibel.

Het RIVM doet onderzoek naar effecten van windturbines op de gezondheid van omwonenden. Uit studie blijkt dat er hinder optreedt voor omwonenden als gevolg van het geluid van de windturbines: hoe sterker het geluid (in dB), hoe groter de hinder ervan. ‘Laagfrequent geluid’ (lage tonen/bromtonen) zorgt daarbij niet voor extra hinder in vergelijking met ‘gewoon’ geluid, zo bleek uit de literatuur. Voor andere gezondheidseffecten zoals slaapverstoring, hart- en vaatziekten en de stofwisseling zijn de resultaten van wetenschappelijk onderzoek niet eenduidig: deze effecten hangen niet duidelijk samen met het geluidniveau, maar soms wel met de hinder. Ten slotte laat de literatuur zien dat omwonenden minder hinder ondervinden van de windturbines als ze betrokken worden bij de plaatsing ervan, er (financieel) voordeel bij hebben of controle kunnen hebben (zoals een knop om de turbine stil te zetten). Kijk voor meer informatie op de website van het RIVM.

Hoe ver moeten windturbines van huizen gezet worden?

Volgens de landelijke regelgeving mogen windturbines in de omgeving van woningen worden gebouwd. Wel gelden er regels met betrekking tot veiligheid en om eventuele geluidsoverlast en last van bewegende schaduw te voorkomen. Er is geen algemene minimale afstandsnorm, dit is namelijk afhankelijk de grootte van de windturbine en de omgeving. Zo geldt voor geluid dat de wettelijk voorgeschreven geluidproductie van jaarlijks gemiddeld niet meer dan 47 decibel – gemeten op de gevel van een woonhuis – niet mag worden overschreden. Per situatie wordt berekend wat de minimale afstand moet zijn. Het is aan de gemeente om te bepalen of zij een grotere afstand wil hanteren. Lees meer hierover op de site van de Rijksoverheid. 

In de ontwerp-Omgevingsverordening NH2022 zijn de RES’en 1.0 Noord-Holland Noord en Noord-Holland Zuid leidend voor wind op land. Het windturbineverbod en de bovenwettelijke regels voor windenergie komen daarmee te vervallen voor de zoekgebieden in de RES’en 1.0 Noord-Holland Noord en Noord-Holland Zuid. Onder deze bovenwettelijke regels vallen onder andere de 600 meter afstandsnorm tot gevoelige bestemmingen en de lijnopstelling van minimaal drie windturbines. Hiervoor in de plaats komt een instructieregel voor de gehele provincie, die inhoudt dat gemeenten in hun omgevingsplannen windturbines mogelijk kunnen maken uitsluitend voor zoekgebieden die in de RES’en 1.0 zijn vastgelegd. Daarbij geldt dat de windturbines zorgvuldig ruimtelijk ingepast moeten worden en dat aan de Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling om advies wordt gevraagd over de locatieafweging en de ruimtelijke inpassing van de windturbines. Zo krijgen gemeenten de mogelijkheden om te bepalen waar in de gemeente ruimte is voor windenergie en onder welke voorwaarden. Op de website van het RIVM vindt u vragen en antwoorden over gezondheidseffecten van windturbines.

Staat straks onze regio vol met windturbines en zonnevelden?

De omslag naar duurzame energiebronnen is al zichtbaar in ons landschap. In de RES 1.0 is de ambitie uitgesproken om te zorgen voor 2,0 TWh aan extra opwek boven op de huidige opwek. De kunst is om deze verandering zo goed mogelijk in te passen. Hoe kunnen we de visuele gevolgen zoveel mogelijk beperken of juist het landschap versterken? We zoeken hiervoor naar slimme oplossingen zoals meervoudig ruimtegebruik om het effect in het landschap te minimaliseren. Denk bijvoorbeeld aan het plaatsen van een zonneweide onder elektriciteitsmasten, een landschappelijke inpassing van een zonneweide of het ondergronds transport van restwarmte.

Gaat de energiestrategie ten koste van de leefbaarheid van mijn gemeente?

De energietransitie zal de omgeving veranderen door de komst van windturbines en zonneweides. De gemeente is verantwoordelijk voor een goede dialoog. Samen met de omgeving kan worden gezorgd voor goede inpassing in het landschap en de mogelijkheden worden verkend voor lokaal eigendom. Het is goed om ons te realiseren dat het landschap altijd verandert. Dit gebeurt door de eeuwen heen. Zo zijn we nog niet eens zo lang geleden gestopt met kolen stoken. Ook de veenafgravingen zijn een voorbeeld van een energielandschap. En kunnen wij in Nederland niet meer zonder internet, liggen veel elektriciteitskabels inmiddels ondergronds en zijn telefooncellen uit het straatbeeld verdwenen.

Wordt er rekening gehouden met de ecologische gevolgen voor de regio?

De RES wordt samen gemaakt met veel verschillende partijen, waaronder agrarische partijen, maatschappelijke- en natuurorganisaties. Natuurlijk liggen er verschillende belangen. De effecten van de keuzes die in de RES gemaakt gaan worden, zullen per zoekgebied goed in beeld moeten worden gebracht voordat een vergunning kan worden afgegeven. 

Hoe gaan we de energietransitie van fossiel naar duurzaam betalen?

De betaalbaarheid is voor alle gemeenten en regionale overheid een belangrijk aandachtspunt. Hoe, hoeveel, wanneer en waarvoor wie betaalt is nog onduidelijk. De landelijke overheid moet hierover beslissen, dat doen wij als regio niet. De betrokken overheid (regionaal en lokaal) voeren hierover wel overleg met het Rijk via de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Het Interprovinciaal Overleg (IPO)en de Unie van Waterschappen (UVW). Naast dat de energietransitie geld kost is de verwachting dat de energietransitie ook banen gaat opleveren.

De energietransitie

Wat is de energietransitie?

De energietransitie is de omschakeling van fossiele brandstoffen (olie, aardgas, steenkolen) naar duurzame energie (zon, wind en duurzame warmte). De afspraken over de energietransitie in Nederland zijn vastgelegd in het Klimaatakkoord. Eén van de afspraken uit het Klimaatakkoord is dat in 2030 35 TWh nodig aan duurzame elektriciteitsopwekking door wind en zon. De Regionale Energiestrategie beschrijft hoe we dit per energieregio doen.

Wie is verantwoordelijk voor de energietransitie en de Regionale Energiestrategie?

Wij zijn met elkaar verantwoordelijkheid voor de energietransitie naar duurzame energie. Want verduurzaming begint bij besparing. Elke eenheid elektriciteit of warmte die we besparen hoeft niet te worden opgewekt. Het Rijk, provincies en gemeenten zijn binnen de energieregio’s verantwoordelijk voor de energietransitie. Zij maken ook het ruimtelijk beleid, verlenen vergunningen en houden toezicht. De energietransitie en het opstellen van de Regionale Energiestrategie gebeurt in samenwerking met maatschappelijke partners en in samenspraak met de samenleving.

De energieregio Noord-Holland Zuid is geen eigen organisatie, maar een samenwerkingsverband tussen overheden en partners in de regio. Elke partij in dit samenwerkingsverband behoudt haar eigen (bestuurlijke) bevoegdheden en verantwoordelijkheden.

Kan het bedrijfsleven als grote CO2 producent dit niet oplossen?

Ook het bedrijfsleven krijgt in het Klimaatakkoord een doelstelling opgelegd om aardgasvrij te worden en minder fossiele brandstoffen te gebruiken. De 35 TWh (aan opwek van duurzame elektriciteit) uit het Klimaatakkoord is één van de vele maatregelen. Al deze maatregelen bij elkaar zorgen voor de gewenste CO2-reductie in 2030. Het verminderen van CO2-uitstoot door grote bedrijven is één van de doelstellingen.

We doen al zoveel aan verduurzaming, waarom nog meer?

Gelukkig doen we al veel aan verduurzamen, maar er moet nog meer gebeuren om in 2030 ons land te voorzien van duurzame energie. De opwek van 35TWh op land die hiervoor nodig is, is gebaseerd op de uitgangspunten dat zonnepanelen op daken van woningen gerealiseerd worden (zijn) en onze energievraag verder afneemt (isoleren, zuinige apparaten). Dit laatste betekent dus de noodzaak tot verduurzamen en het terugdringen van ons energieverbruik (energiebezuiniging).

Duurzaamheid biedt daarnaast veel kansen met betrekking tot economische groei, werkgelegenheid, mobiliteit, toerisme en recreatie, onderwijs en onderzoek, etc.  En ten slotte is verduurzaming van belang voor een schone, toekomstbestendige leefomgeving.


Staat uw vraag er niet bij?

Wilt u meer weten over de Regionale Energiestrategie in Nederland, bekijk hier de landelijke website.

Meer vragen, antwoorden en informatie vindt u op de website van het Klimaatakkoord.

Bekijk de Klimaatmonitor voor cijfers over lokale CO2-uitstoot, energieverbuik en hernieuwbare energie.

Heeft u een vraag of wilt u meer informatie over de energie- en warmtetransitie in uw gemeente, neem dan contact op met de gemeente waar u woont.

Heeft u een vraag over de Regionale Energiestrategie Noord-Holland Zuid?
Stel ons een vraag

Deel deze informatie:
Naar bovenNaar boven
Snel naar NH Noord
Snel naar NH Noord